Abbildungen der Seite
PDF
EPUB
[merged small][merged small][ocr errors][ocr errors][merged small]

1

Het Kronijkje, waarmede dit derde deel van het Archief begint, is afgedrukt geworden naar een Transsumpt, genomen over het origineel door BONDAM. Ik ben daarna in de gelegenheid gekomen, om het oorspronkelijke zelf in te zien, en heb gevonden, dat zich de gezegde Geleerde in het overbrengen, mijns oordeels althans, ten beste van zijne taak heeft weten te kwijten, en dat hij ook daar, waar het schijnen mogt zulks minder het geval te zijn geweest, het origineel getrouwelijk heeft terug gegeven.

Van de daarna volgende Articuli, die ten aanzien der latiniteit aan de epistolae obscurorum virorum herinneren, vond ik in het Archief der Oud-Roomsche Catholijke Klerezie hier ter stede copie, die stellig gezegd mag worden met de gebeurtenis, die zij behelst, gelijktijdig te zijn vervaardigd. Dezelve was weleer het eigendom van Gysb. LAP VAN WAVEREN, gelijk dit door hem op dezelve eigen handig is te kennen gegeven. Aangaande den tijd geldt hetzelfde van de stukken bladz, 39-48. De Instructie, of liever Commissie, voor A. YEMANSZ., bladz. 49, is genomen naar het origineel, geschreven op perkament. Het een en ander wordt mede in het gezegde Archief gevonden.

De Documenten, bladz. 50—68, zijn getrokken uit de Registers van den Hove Provinciaal van Utrecht, en deelen dus in de authenticiteit van deze boeken. Ik moet hierbij aanmerken, dat ik ten tijde, als deze stukken werden gedrukt, nog niet den toegang had tot het Archief van dat hooge collegie, en dat ik mij van afschriften moest bedienen, door anderen genomen. Maar thans, mij deze toegang door den Heer President M'. A. G. SMITH op de minzaamste wijze vergund zijnde, heb ik niet nagelaten, die registers op dat stuk na te gaan, en meen ook hier te mogen verzekeren, dat men, in zoo verre, in den gegeven tekst wel mag berusten.

De bescheiden over de Zoutnering hier te lande, zijn medegedeeld uit de Adversaria , welke in de voorgaande deelen van dit Archief door mij genoegzaam zijn gekenmerkt, zoo dat ik meen mij te mogen ontslagen achten, er hier nog verder over uit te wijden.

Wat de deductie aangaande de Jurisdictie van Sint Jan en de daartoe behoorende bewijsstukken betreft, zoo als mede de daarna volgende verdere historische bescheiden dat capittel rakende, 200 geloof ik, van achteren beschouwd, dat ik misschien beter zou hebben

gedaan,

met onder of bij elk stuk afzonderlijk op te geven, uit welke bron die hier aan den dag zijn gebragt. Doch, dit zoo niet geschied zijnde, houd ik het nu voor het doelmatigste, deze stukken hier, naar gelang der zaak afzonderlijk op te sommen, en er telkens de bron bij aan te wijzen, waaruit zij gevloeid zijn. Dus

1. De deductie zelve, is gegeven volgens copie, blijkbaar geschreven in het laatst der XVI. eeuw, en zeer waarschijnlijk, zoo als het geheel, vervaardigd ten gerieve van het capittel, en op last van den Proost MONTSIMA.

2. De bewijsstukken , behoorende tot deze deductie , loopende tot aan bladz. 152, waren uitstekend fraai geschreven, en degenen van dezelve, welke de signatuur van LAMSWEERDE dragen , waren door hem eigenhandig gevidimeerd. Het lag in den aard der zaak, dat hier moest worden gegeven een of ander editum, hoezeer dit eigenlijk tegen mijn plan aanloopt; maar dit zijn van den eenen kant kleine, weinig plaats beslaande documenten, en van den anderen gelieve men in aanmerking te nemen, dat ik, om dit en zoodanige afwijkingen goed te maken, in elk deel van mijn Archief, en vooral in dit derde, veel meer heb gegeven, dan waartoe ik mij, naar inhoud van het programma, meen te hebben verpligt.

3. Het Testament van RUMELAER , notariele copij.

4. De Extracten uit de Protocollen van S. Jan waren uit het oorspronkelijk, (nog in het Archief van dat Capittel voorhanden,) zoo ik meen te mogen zeggen , geschreven door VAN DER STEEN, in het laatst der XVII. eeuw.

5. De Bul van Leo X, een afschrift op papier, uit de XV, eeuw.

6. Het daarna volgende Registrum, gehouden door LIEVERJAN, blad. 173–183, zoo als mede de Computus van denzelfden, bladz. 185–187, zijn gegeven naar het origineel.

7. De verdere documenten tot en met bladz. 193 waren gelijktijdige notariele copien, terwijl weer de stukken , pag. 194—202, uit de originalia zijn afgedrukt geworden.

Alle deze, het Capittel van S. Jan betreffende bescheiden, worden bewaard in het Archief der Oud-Roomsche Klerezie hier ter stede,

[ocr errors]

De Excerpta , uit de Stads-Kameraars-Rekening, over de XVI. en XVII, eeuw, voorzeker niet het minste gedeelte van dit boekdeel uitinakende, zijn getrokken uit de originalia , nog heden ten dage in het Stads-Archief voorhanden. Het is hier, dat ik niet mag nalaten, om gewag te maken van de hulp, mij door Jonkh. Mr. A. M. C. van Asch van Wijck op de heuschste wijze bewezen, zonder welke hulp deze arbeid wel niet tot stand ware gekomen. Men zou kunnen vragen, waarom ook niet de rekening over de XV. eeuw aldus is gegeven geworden. Daarvoor bestonden bijzondere redenen, waarover ik mij nader zal verklaren, wanneer ik de uitkomst, ook in deze reeds verkregen, in een volgend deel van dit werk mede ter beschikking stelle.

De Depenses faites par TILMAN VOSMER, bladz. 327 sq., de daarna volgende brieven aan Bisschop Filips, zoo als mede die der Utrechtsche Gecommitteerden ter Generaliteit in 1628 bladz. 371-400, zijn uit de oorspronkelijke brieven medegedeeld.

Ik kom eindelijk tot de Statutà des Capittels van S. Marie, bladz. 337–370. Deze, bevattende het jus scriptum en consuetudinarium van het Capittel, blijkbaar zamen gesteld ten dienste van deszelfs bestuur, zijn afgedrukt geworden naar een Fol. HS. op papier, geschreven in het begin der XVI. eeuw. Ik heb den afdruk doen staken , als ik uit den mond van iemand, van wien ik meende te mogen vooronderstellen, dat hij van de zaak kon onderrigt zijn, vernam, dat het Domein-Archief, eindelijk met dat der Provinciale Staten stond te worden vereenigd; waardoor ik dan oordeelde , dat er wel gelegenheid zou zijn, om van vele, hiertoe behoorende oorkonden , de originalia of althans betere afschriften te gebruiken, dan mij in het genoemde papieren handschrift ten dienste stonden. Dat is nu weer maanden geleden, en nog is er in deze geene verandering geschied noch te bespeuren, en wat de beoefenaars der geschiedenis zich hieromtrent mogen voorspellen, daarover ben ik niet in staat, iets naders in het midden te brengen. Maar, dat meen ik wel te mogen zeggen, dat, zoo het gebeurt, men in den Heer P. J. VERMEULEN, opzigter van het StatenArchief, een man zal hebben, die de belangen der wetenschap kent en voorstaat.

Het laatstvermelde Handschrift berust dan weer , 200 als zoo veel van het overige , nader gekenmerkt materiaal in dit deel geleverd, in het Archief der Oud-Roomschen hier ter stede, onder het bijzonder beheer van den Wel Eerw. Ileer Pastoor A. S. v. WERCKHoven. Ik heb mijne gewaarwordingen omtrent dien vriendelijken man, telkens in de voorreden van dit mijn boek aan den dag gelegd , en verzoek, dat men dezelve hier wil houden voor herhaald. Ja, ik voeg er met de volste overtuiging bij, dat ik aan den Heer Pastoor v. WERCKHOVEN niet alleen te danken heb het grootste gedeelte van het tot dus verre medegedeelde materiaal van geheel mijn boek, maar dat het in de eerste plaats en vooral Pastoor v. WERCKHOVEN is geweest, die de lust en liefde in deze dingen in mij heeft doen ontstaan, en die ze heeft aangekweekt en onderhouden.

J. J. DODT v. Fl. Geschreven in October 1842.

[ocr errors][merged small][merged small][merged small]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

.

930-1650. Deductie, betreffende de Jurisdictie van S. Jan met de bewijsstukken daar

toe behoorende , en andere dat Capittel rakende oorkonden en bescheiden. 91–202. 1202—1500. De Statuten van het Kapittel van S. Marie.

337-370.
1417. Kronijk van Hoernaer.

1- 13.
1468. Uitspraak van Bisschop David tusschen het Kapittel van Oude Munster etc.
en Fre. WTENHAM.

i 50-58. 1500-1700. Extracten uit de Stads-Cameraars-Rekeningen.

203–327. 1510. Gelresch Tractaet.

55- 57. 1519-1524. Brieven aan Bisschop FILIPS VAN BOURGONDIE.

329-336. 1523. Utrecht aan KAREL VAN GELDER.

37- 59. Instructie voor de Utrechtsche Gedeputeerden naar Duyrsteden.

60 61. (1530.) Articuli ex parte Caes. Meis exhibiti, etc.

14- 38. 1531. Doleancien van den Domdeken, etc.

47- 48.
1533. Copie van Brieven, door LaLẠing gelicht.

61-62.
1535. Sententie van den Hove Prov. van Utrecht, betreffende de huizinge van
G. vd. VOERT HENRIKSZ.

63 65. 1540. Instructie voor Antho. YEMANSZ., als Provisoir van Kennemerland.

49. 1546. Extract uit de rekening van de geestelijke subsidie , etc. .

39 42. 1553. Accoord des Keysers met Joost GERITSZ.

65—66. 1554. Over de verdieping der Eem.

6- 8. (1560.) Instructio pro deputatis ad Gubernatricem, in causa erectorum novionis episcopatuum.

43— 47. Stukken, betreffende den Zouthandel hier te lande.

69—90. 1614–1632. Depenses faites par TILMAN VOSMER , etc.

. 327-328. 1628. Brieven der Utrechtsche Gecommitteerden ter Generaliteit aan hunne lastgev, 371-400.

[ocr errors]
[ocr errors]

.

[ocr errors]
« ZurückWeiter »